Wat zijn jouw sterke punten?

Volgens onderzoeker Marcus Buckingham hebben we teveel aandacht voor onze zwaktes. Hij geeft de wetenschap als voorbeeld. We willen gezond zijn, dus wetenschappers bestuderen ziektes: hoe ze ontstaan en hoe ze te genezen. We willen gelukkig zijn, dus bestuderen psychologen de oorzaken van verdriet en depressie. Maar liefst 40.000 studies zijn er verricht naar depressie en slechts 40 naar vreugde en geluk[1]. Het is probleemoplossend in plaats van ‘probleemvoorkomend’. Dat probleemoplossende zit in de mens, we zijn gewend te werken aan problemen en verbeterpunten. Op het werk, in relaties, op school.

Een onderzoeksvraag als voorbeeld: stel dat je kind met deze cijfers thuiskomt: een 9 voor Engels, een 9 voor geschiedenis, een 7 voor biologie en een 4 voor wiskunde. Over welk cijfer wordt het meeste gepraat? 75% van de ouders antwoordde dat de meeste aandacht uit zou gaan naar de 4 voor wiskunde. Dat is logisch, ouders zien hun kinderen graag overgaan. Maar Buckingham wil meer evenwicht en pleit voor een sterke-puntenrevolutie.

Buckingham werkte destijds bij het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup. Dit onderzoeksbureau stond onder leiding van Dr. Donald O. Clifton, een professor in de psychologie die studie had verricht naar sterke, krachtige eigenschappen van mensen. Hij ontwikkelde ‘Strengthsfinder’, een digitale talententest. Buckingham deed bij Gallup onderzoek naar de overeenkomsten van excellente managers. Hij ontdekte dat deze managers hun medewerkers vooral inzetten op werkzaamheden waar ze van nature goed in zijn. Dat zorgde voor minder personeelsverloop, verbeterde productie en tevreden en betrokken medewerkers. Een sterk punt is een natuurlijk talent gecombineerd met kennis en ervaring. Buckingham zag dat als mensen doen waar ze goed in zijn, hun plezier en de voldoening toenemen. Medewerkers voelen zich sterker, succesvoller en hun zelfvertrouwen neemt toe.

Als we werken aan het verbeteren van onze zwaktes, gebeurt het tegenovergestelde: het kost veel moeite en energie en ons zelfvertrouwen daalt. Neem als voorbeeld de voormalige topman van ABN AMRO, Rijkman Groenink. Hij kreeg een coach om meer empathie te ontwikkelen. Maar empathie was geen sterk punt van hem en de moeite was tevergeefs. Nog een voorbeeld met empathie: patiënten die een injectie krijgen van een empathische verpleegster ervaren minder pijn. Wat doet zo’n verpleegster anders? Deze verpleegsters zeggen van tevoren: “dit gaat even pijn doen maar ik doe mijn best het zo pijnloos mogelijk te doen”. Je kunt dit in een opleiding wel meegeven aan toekomstige verpleegsters, maar bij studenten die empathie niet als sterk punt hebben, kan het zelfs averechts werken. Het komt onoprecht over.

Buckingham pleit ervoor zo jong mogelijk te beginnen met de focus op sterke punten. Enerzijds omdat het een natuurlijke manier is om zelfvertrouwen op te bouwen. Anderzijds: als je zelfvertrouwen op jonge leeftijd goed is (tussen je 14e en 22e) ben je 25 jaar later niet alleen gezonder, maar ook gelukkiger en verdien je meer geld dan je leeftijdsgenoten die in hun jeugd minder zelfverzekerd waren.[2]

De Strengthsfinder van Gallup kun je online doen. In de boeken van Buckingham en Clifton (o.a. Ontdek je Sterke Punten) zit een unieke code waarmee je kunt inloggen en de test in circa 20 minuten kunt doen. De uitkomst is een top 5 van sterke punten. Er zijn 34 sterke punten gedefinieerd: o.a. verantwoordelijkheidsbesef, relatievorming, positivisme, leergierigheid, organisatievermogen. Maar met zelfreflectie kom je ook een eind. Hier wat tips:

School
Ga even terug naar je schooltijd: welke vakken vond je toen het leukst? Bij welk vak vond je het jammer dat de bel ging?

Tijd
Wanneer ben je zo geconcentreerd bezig dat je de tijd vergeet?  Stel daarna vast in welke ‘tijd’ je dacht. Als je in de toekomstige tijd denkt en je vraagt je af wanneer de volgende keer zal zijn, en als je een voldaan gevoel hebt, dan is de kans groot dat een van je talenten aan het werk is.

Activiteiten
Welke activiteiten maken je sterk en geven je nieuwe energie? Hoe snel maak je je dingen eigen? Sla je stappen over in het leerproces? Bedenk je uit jezelf kneepjes en foefjes? Ga je helemaal op in deze activiteit? De spontane, primaire reacties op situaties waarmee je wordt geconfronteerd, tonen je talenten aan. Dominante talenten komen zo aan het licht.

Hoewel spontane reacties de duidelijkste indicatoren voor je talenten vormen, zijn er nog 3 aanwijzingen:

  • sterke verlangens
  • het vermogen tot snel leren
  • een voldaan gevoel.

Sterke verlangens onthullen de aanwezigheid van talent. Net als het vermogen tot snel leren, het plezier en het je prettig voelen bij een bepaalde activiteit.

Samenvattend
Als je meer passie, plezier en prestatie wil, zorg dan dat je je sterke punten weet en doe alleen aan ‘damage control’ voor je zwakke punten. Gebruik je sterke punten volop. Je krijgt er energie voor terug en je wint aan zelfvertrouwen. Succes!

 

 


[1] Seligman, Martin E.P. (1996). The Optimistic Child, HarperPerennial

[2] Rath, T., Conchie, B. (2009). Strengths Based Leadership. Gallup Press

 

Je bent mooier dan je denkt

Nederlandse meisjes extreem kritisch over hun uiterlijk

Op haar informatieve website kledingstijladvies.nl las ik een blog van Lida Thiry over een nieuwe Dove campagne. November is voor Dove de maand om hun Self-esteem programma onder de aandacht te brengen. Met dit programma wil Dove bijdragen aan het verbeteren van het zelfbeeld bij meisjes. Uit hun onderzoek blijkt dat slechts 1 op de 10 meisjes zichzelf mooi vindt en dat ze een grote druk voelen om mooi te zijn. Vergeleken met het wereldwijde beeld dat meisjes van zichzelf hebben, zijn Nederlandse meisjes extreem kritisch over hun uiterlijk.

Trots zijn op jezelf is taboe in Nederland

Dr. Greta Noordenbos, universitair docent Klinische Psychologie universiteit Leiden verklaart het verschil: “Dat Nederlandse meisjes zo kritisch over zichzelf zijn, is deels te wijten aan onze cultuur. Het is nog steeds een taboe om trots op jezelf te zijn, maar dat mogen we best eens loslaten. Zelfvertrouwen is voor iedereen belangrijk.”

Real Beauty Sketches

In 2005 liet Dove al zien in een filmpje dat de werkelijkheid vaak anders is door extreem gebruik van Photoshop. Nu, acht jaar later komt Dove met “Real Beauty Sketches”. De door de FBI opgeleide forensisch tekenaar Gil Zamora kreeg opdracht om vrouwen te portretteren aan de hand van hun eigen beschrijvingen. Vervolgens maakte hij nog een portret aan de hand van beschrijvingen die andere mensen deden over deze vrouwen. De uitkomst laat zich raden: de vrouwen gebruikten minder positieve woorden om zichzelf te beschrijven en dat resulteerde in twee heel verschillende portretten. Have a look!

 

Wat hebben Snuffie en Bello te maken met de ontwikkeling van zelfvertrouwen bij kinderen?

Lucky mee op wintersportvakantie

Lucky mee op wintersportvakantie

Jarenlang dachten wij na of we een hond zouden nemen. Uitvoerig hadden we het over de nadelen. Uitlaten in de regen; wat te doen tijdens de vakantie; gaan de kinderen de hond ook echt uitlaten zoals ze beloven? Allebei zijn we opgegroeid met ouders die honden als huisdier maar onzin vonden. Zo kreeg ik thuis pas een huisdier, een kat uit het asiel, toen mijn moeder een muis in de keuken had gezien. Totdat de kat er was, zette mijn moeder geen stap meer in de keuken, zo bang was ze voor het kleine muisje. Het koffiezetapparaat kreeg een tijdelijk plekje in de slaapkamer en op de vensterbank smeerde mijn moeder de boterhammen die wij mee naar school namen.

Vorig jaar hakten we de knoop door en sinds juli 2012 hebben we een hond: Lucky! Vorige week zeiden we tegen elkaar dat het achteraf onbegrijpelijk is dat we zo lang hebben getwijfeld.

Op de website van het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren is boeiende informatie te vinden over onderzoeken die aantonen dat huisdieren een positief effect kunnen hebben op de ontwikkeling van de kinderen. Welke positieve effecten zijn dat?

Emotionele steun

Al vanaf het eerste begin komen kinderen in aanraking met dieren, knuffeldieren wel te verstaan. Een knuffel kan een veilige steun zijn voor jonge kinderen. Het helpt ze bij het wennen aan nieuwe situaties, bijvoorbeeld als ze voor het eerst naar het kinderdagverblijf gaan. Ook de eerste kinderboeken gaan vaak over dieren (Nijntje, Kikker en Muis). En televisieseries waar dieren een belangrijke rol spelen zijn regelrechte klassiekers geworden: Black Beauty, Flipper en Lassie. In het echte leven worden emoties zoals boosheid, angst en blijdschap gedeeld met de trouwe viervoeter. En geheimen want een dier vertelt niets door en oordeelt niet. Niet verwonderlijk dat in een onderzoek waar kinderen, tussen de 3 en 13 jaar oud, gevraagd werd of het een voordeel is om een huisdier te hebben 90% met ja antwoordden. Ze vonden het leerzaam, het maakten ze blij, ze voelden zich op hun gemak en ervaarden onvoorwaardelijke liefde van hun dier.

Meer zelfvertrouwen en EQ

Kinderen met een huisdier blijken meer zelfvertrouwen te hebben en weerbaarder te zijn. Kinderen spelen graag bij klasgenootjes die huisdieren hebben. En de dieren vormen een gemakkelijk gespreksonderwerp. Ook blijkt dat kinderen die een sterke band hebben met hun huisdier, meer empathie tonen.

Omdat kinderen al vrij vroeg kunnen mee helpen met de verzorging van dieren is het een leuke manier om hun verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen. Wel is van belang dat ouders eindverantwoordelijk zijn en goede begeleiding geven, anders vallen veel voordelen weg. Als kinderen regelmatig op hun kop krijgen omdat ze vergeten zijn om het dier eten te geven, werkt dat natuurlijk averechts.

Voordelen voor de gezondheid

Ook de gezondheid heeft baat bij huisdieren. Door het aaien, maak je het hormoon oxytocine aan. Dit werkt bloeddrukverlagend en het versterkt je immuunsysteem. En ook belangrijk: kinderen die vanaf hun geboorte opgroeien met huisdieren ontwikkelen minder allergieën.

Goed onderzoek is lastig

Toch is enige terughoudendheid gewenst want niet alle factoren kunnen worden gecontroleerd bij dit type onderzoek. Zo is het lastig de invloed van het type gezin uit te sluiten. Het kan zijn dat warme, hechte gezinnen eerder geneigd zijn om een huisdier te nemen dan gezinnen waar meer afstand is. Komt het positieve zelfbeeld door de warmte binnen het gezin en/of speelt het huisdier daar een rol bij? Maar dat een huisdier positief kan zijn voor de ontwikkeling van kinderen, dat staat wel vast.

Tot slot

Maar al deze wetenschappelijke informatie valt in het niet als je thuiskomt en je een hartverwarmende en enthousiaste begroeting krijgt van je hond. Maar zo’n warm welkom kun je pas ervaren nadat je besloten hebt de stap te wagen en de nadelen voor lief te nemen!

Rita Pierson en haar ‘voor ieder kind een kampioen’ Ted Talk

Vorige week zag ik de inspirerende TED Talk van Rita Pierson, een gepassioneerde Amerikaanse leerkracht met veertig jaar ervaring. In slechts acht minuten zette ze een verhaal neer dat staat als een huis. Ik kreeg bijna zin om zelf leerkracht te worden. Ze vertelde over het belang van goede relaties tussen kinderen en leerkrachten. En hoe ze hielp het zelfvertrouwen van kinderen te ontwikkelen. De essentie van haar lezing is samengevat in deze quote:

“Every child deserves a champion — an adult who will never give up on them, who understands the power of connection, and insists that they become the best that they can possibly be.”

Ook vertelt ze over haar moeder, die ook onderwijzeres was en altijd crackers en pindakaas in haar bureaulade had liggen voor de kinderen die zonder ontbijt naar school waren gekomen. Het was haar gewoonte om zoveel mogelijk van de kinderen te weten te komen zodat ze zich beter kon inleven en de kinderen zo beter kon begeleiden.Toen haar moeder twee jaar geleden stierf was het druk op de begrafenis, er waren veel oud-leerlingen. Ze vertelden Rita dat haar moeder indruk had gemaakt omdat ze zo betrokken was bij hun welzijn en het beste in ze naar boven wilde halen…

Toen ik vanmorgen op de website van TED de link van de lezing wilde kopiëren, zag ik tot mijn schrik dat Rita Pierson nog geen twee weken zelf is overleden, op 61-jarige leeftijd. Het is vast heel druk geweest op haar begrafenis…

Succesvoller met wilskracht dan met zelfvertrouwen?

Als je wel eens een poging hebt gedaan om te stoppen met roken of als je zo nu en dan op dieet gaat, dan weet je dat daar wilskracht voor nodig is.

Onlangs las ik een boek over dit onderwerp van de Amerikaanse professor in de psychologie Roy Baumeister. Hij heeft zich in het verleden vooral beziggehouden met onderzoek naar zelfvertrouwen. Ook Baumeister was in de veronderstelling dat mensen met zelfvertrouwen succesvoller zouden zijn. Maar hij kwam tot het inzicht dat wilskracht een veel belangrijker indicator voor succes is dan zelfvertrouwen. En Amerikanen hebben nu eenmaal veel belangstelling voor succes en vandaar dat Baumeister onderzoek ging doen naar wilskracht. Hij heeft een paar interessante conclusies kunnen trekken uit dit onderzoek. Het deed me terugdenken aan mijn manier om te stoppen roken, jaren geleden.

Je hoort vaak dat mensen kilo’s aankomen als ze stoppen met roken. Gemiddeld is het vijf kilo maar zo’n dertien procent komt meer dan tien kilo aan. Toen ik zelf wilde stoppen met roken was dat dan ook mijn probleem. Het vooruitzicht om tussen de vijf en tien kilo zwaarder te worden maakte me niet enthousiaster om te stoppen met roken. Ik bedacht daarom een tactiek die me zou helpen om van mijn nicotineverslaving af te komen en er voor zorgde dat ik niet vreselijk zou gaan aankomen. Het werden appels!

Twintig jaar geleden werd er nog volop gerookt op kantoor en daarom bracht ik elke dag een nieuwe zak appels mee naar mijn werk en als ik een moeilijk moment had, lag daar een heerlijk zoet appeltje op me te wachten. En als we vergaderden vroeg ik eerst of iemand bezwaar had als ik een appeltje at in plaats van een sigaret op te steken. Dat zorgde natuurlijk voor de nodige hilariteit en mijn collega’s werden reuze nieuwsgierig of deze tactiek mij zou helpen. En inderdaad, de appels hielpen mij door de eerste moeilijke periode heen. Ik kwam nauwelijks aan.

Uit het onderzoek van Baumeister blijkt dat je meer wilskracht kan betrachten als je lichaam voldoende glucose heeft. In appels zit de natuurlijke variant van glucose, namelijk fructose, en dat hielp me om vol te houden. Volgens het onderzoek werkt wilskracht als een spier.

Zo testte Baumeister wilskracht door proefpersonen met een lege maag naar het lab te laten komen. De proefpersonen wisten niet dat hun wilskracht werd getest, ze dachten dat ze meededen aan een smaaktest. Even daarvoor hadden de onderzoekers ervoor gezorgd dat er koekjes waren gebakken in het lab en dus rook het er heerlijk naar chocoladekoekjes. Toen de proefpersonen binnen kwamen met hun hongerige magen, snoven ze direct een heerlijk aroma op. Vervolgens moesten de proefpersonen in een ruimte plaatsnemen en op tafel daar stond een schaal met de versgebakken chocoladekoekjes en een schaal met radijsjes. De onderzoeker vertelde dat de proefpersoon was ingedeeld voor de smaaktest voor de radijsjes en dat hij/zij niet aan de schaal mocht komen met de verse koekjes. Ze werden 5 minuten alleen gelaten en heimelijk geobserveerd door de onderzoekers. Je begrijpt wat de onderzoekers zagen: ze zagen verlangende blikken naar de koekjes, de koekjes werden opgepakt en aan geroken maar het lukte iedereen om er van af te blijven. Er was natuurlijk een controlegroep, deze proefpersonen kregen dezelfde opdracht: radijsjes beoordelen op smaak maar de koekjes werden niet verboden om te eten. Daarna kregen de proefpersonen een andere test, eentje waar opnieuw hun zelfbeheersing werd getest. Toen werd duidelijk dat de groep die al hun zelfbeheersing had aangewend om van de chocoladekoekjes af te blijven, veel sneller opgaven bij de tweede test. Baumeister concludeerde dat wilskracht als een spier werkt, na inspanning treedt vermoeidheid op, hij raakt niet op maar werkt tijdelijk wat minder en hoe vaker je traint hoe sterker de spier. Ook andere onderzoeken kwamen met dezelfde resultaten.

Als je uitgaat van de stelling dat voldoende glucose in het lichaam je helpt bij het nemen van veel beslissingen omdat er anders beslissingsmoeheid optreedt, dan kun je ook kijken naar rechters en hun beslissingen. In Israël hebben ze data geanalyseerd van gedetineerden die vervroegd wilde vrijkomen. Bij de aanvragen die de rechter behandelde, bleek de timing cruciaal! Net na een koffiepauze of net na de lunch is het voor een rechter makkelijker om een  beslissing te nemen. Maar aan het einde van de ochtend of aan het einde van de werkdag, als de glucose op is, neemt een rechter een minder overwogen beslissing. De kans dat een gedetineerde eerder mag vrijkomen is dan veel groter…

Misschien is het tijd voor een nieuwe variant op ‘an apple a day…’

‘an apple on time keeps your willpower sublime’ 😉

Fijne dag nog!

Belinda

 

 

 

 

Het Pygmalion-effect

The rain in Spain, stays mainly in the plain.

Met deze bekende zin oefent Eliza Doolittle haar uitspraak in de bekende musical My Fair Lady onder leiding van professor Higgins. Die snobistische professor heeft een weddenschap met een vriend en beweert dat hij het volkse meisje kan omtoveren in een welgemanierde en charmante dame die perfect Engels spreekt. Dat lukt hem inderdaad en gaandeweg wordt hij smoorverliefd op Eliza. De musical is gebaseerd op het boek Pygmalion van Bernard Shaw. Shaw werd op zijn beurt geïnspireerd door het verhaal van de Romeinse schrijver Ovidius. Hij schreef een liefdesverhaal over de prins Pygmalion, een kritische man met een voorliefde voor beeldhouwen. Pygmalion is vrijgezel want geen enkele vrouw is goed genoeg. Dat frustreert hem en op een dag maakt hij uit ivoor een prachtig vrouwenbeeld en …wordt verliefd op het beeld. Hij koopt allerlei cadeau’s en juwelen voor haar en wil uiteindelijk maar een ding: dat het beeld tot leven komt. Vurig spreekt hij zijn wens uit: ‘Goden, als u alles kunt geven, geef mij dan een vrouw die lijkt op mijn ivoren vrouw.’ En het wonder geschiedt: het prachtige beeld wordt een vrouw van vlees en bloed en de zielsgelukkige prins trouwt met haar.

Dit is wat het Pygmalion-effect wordt genoemd: we gedragen ons naar de verwachtingen die belangrijke personen in ons leven hebben. Als je je bewust bent van de invloed de je kunt hebben, en dit fenomeen op een positieve manier toepast, kun je kinderen, leerlingen of medewerkers beter laten presteren. Andersom is helaas ook waar, als je lage verwachtingen hebt, krijg je ook lagere resultaten…

Dit Pygmalion-effect, ook bekend als Self-fulfilling prophecy,  werd eind jaren ’60 onderzocht door Harvard professor Robert Rosenthal samen met Lenore Jacobson, schoolhoofd van een basisschool. In het experiment kregen alle kinderen van alle groepen op een basisschool een IQ test. Tegen de leerkrachten van een aantal klassen werd gezegd dat ongeveer 20% van de kinderen in hun klas heel veel potentie had en dat deze kinderen het waarschijnlijk opmerkelijk beter zouden doen in het komende schooljaar. De namen van deze kinderen werden bekend gemaakt bij de leerkracht en ook hun IQ score. In werkelijkheid was dit helemaal niet zo, deze kinderen waren gewoon lukraak uitgekozen door de onderzoekers en blonken niet uit in de test. Na 8 maanden werden alle kinderen opnieuw getest. Wat bleek: de kinderen die waren aangemerkt als high potential scoorden nu significant beter (4 tot 7 punten). Bij de jongste kinderen was dit effect het grootst.

Dit leidde tot een nieuwe onderzoeksvraag: hoe is dat mogelijk? Uit vervolgonderzoek bleken er vier factoren mee te spelen:

  1. leraren zijn vriendelijker tegen de kinderen van wie ze een hoge verwachting hebben;
  2. leraren geven hen meer informatie en leermateriaal;
  3. leraren laten hen langer praten als ze een vraag beantwoorden en gaan op het antwoord in;
  4. bij foute antwoorden helpen ze hen het antwoord te verbeteren door verder door te vragen.

In een boek van Stephen Covey kwam ik hier nog een mooi voorbeeld van tegen. Het gaat over een jonge lerares die net is afgestudeerd en een ‘moeilijke’ klas krijgt. Ze is door het hoofd van de school gewaarschuwd, in de klas zitten kinderen die het thuis niet altijd makkelijk hebben en over het algemeen geen beste resultaten boeken. Vanaf het eerste moment behandelt zij de kinderen als de beste leerlingen van school. De leerlingen krijgen respect van haar en de jonge lerares vertelt dat ze trots is dat ze aan deze getalenteerde kinderen les mag geven en dat ze veel van hen verwacht. De kinderen vinden het eigenlijk maar raar, ze denken dat hun nieuwe juf waarschijnlijk geen goede informatie heeft gekregen maar laten haar graag in die waan. Ze vinden het eigenlijk wel fijn. Tot grote verbazing van het schoolhoofd en de leerlingen gaan de resultaten van deze klas na verloop van tijd flink omhoog. Ook de sfeer is verbeterd, er is meer rust in de klas en er is onderling meer vertrouwen. De jonge lerares paste het Pygmalion-effect met succes toe en gaf daarmee een hele klas een beter perspectief.

Het experiment van Rosenthal leidde tot meer onderzoek op dit gebied en daaruit bleek dat uiterlijke kenmerken van leerlingen ook meespelen in de verwachting die de leraar heeft. Een aantrekkelijk gezicht, de houding van de leerling, zijn kleding en vooral eerdere ervaringen met leerlingen die er hetzelfde uitzien, beinvloeden de verwachtingen die een docent heeft. Ik had op de middelbare school een hekel had aan mijn wiskundeleraar omdat hij vaak gemene en sarcastische opmerkingen maakte. Ik vond dat respectloos en daarnaast had ik het idee dat hij de pik op me had. Ik liep geen stap harder voor deze man en regelmatig vergat ik mijn passer of geodriehoek. Iets waar hij zich vreselijk aan ergerde natuurlijk. Door de negatieve wisselwerking werd ik steeds lastiger tijdens zijn les en regelmatig stuurde hij mij de klas uit. Wiskunde was toen nog geen verplicht vak, zodra het kon heb ik het vak laten vallen.

Het Pygmalion-effect zie je natuurlijk ook in het bedrijfsleven. Een hogere verwachting van een leidinggevende leidt tot een betere prestatie van de medewerker. Het zelfvertrouwen van iemand groeit onder leiding van een ‘positieve Pygmalion’. Dat geldt voor werksituaties maar ook thuis, in gezinnen met opgroeiende kinderen. En ook op persoonlijk niveau:

“As you think so shall you be” (Wayne Dyer)

“Whether you think you can or whether you think you can’t, you’re right.” (Henry Ford)